De vakantiegangers zijn weer terug met verhalen en de laatste updates van Maluku. Mama Tua Lom, Mama’s oudste zus van 98 jaar, zei ook dit keer dat het misschien de laatste keer is dat wij haar zien. Ze zei het al die keren daarvoor ook al en gelukkig werd het tegendeel bij elk familie bezoek steeds weer bewezen. Op haar hoge leeftijd zijn haar verhalen van vroeger en nu nog steeds een genot om naar te luisteren en vertellen dat kan zij. Het zit blijkbaar in hun genen, Mama kon ook al zo ademloos vertellen. De samenstelling van onze families op de Kampung verandert geruisloos. Onze generatie van zonen en dochters van onze ouders zijn de Orang Tua van nu. Mijn neven en nichten waarmee ik, hoewel op een geografische afstand, ben opgegroeid hebben gezinnen en dragen hun verworven sociale positie als ouders met gepaste trots. De nog in levende oude garde hebben hun fakkel overgedragen en genieten van hun oude dag. Mijn familie die in oktober 2007 pulang Kampung ging kwamen terug met een verhaal die de figuurlijke fakkel overdracht herkenbaar oplichtte.
Job, het 5 jarige zoontje van onze neef Ben Oni, die genoemd werd naar onze Pa, neemt zijn taak zeer serieus. Hij zei tegen zijn vader: "Bap (koosnaampje voor zijn vader) beta juga ke airport" Zijn vader vertedert door zijn zoon vroeg aan hem waarom, omdat hij nog maar zo klein is. Met gemeende ernst antwoordde hij, beta ambil beta punya anak-anak dari belanda, hij wil zijn kinderen uit Nederland ophalen. Geen discussie mogelijk, hij ging mee. Zo klein als hij is was hij bewust van onze band. Hij ging overal mee waar wij ook heen gingen. Op het strand van Ohoira wachtte hij geduldig af totdat die “Nederlanders “ hun zwemritueel hadden volbracht. Het lijkt nog de dag van gisteren dat die zelfde neef Ben Oni geduldig wachtte totdat wij die “Nederlanders” genoeg kregen van de Meti Kei. De Meti Kei is nog steeds een verwondering zelfs na velen malen terug te zijn op de Kampung.
Meti Kei is de grote eb waarbij je ver de zee in kon lopen. Je kon de mooiste schelpen en koralen vinden. Gevangen tussen zandbanken in ondiepe waterpoelen vind je tropische vissen en koraal diertjes In 1976 ging ik met Oma mee (bemeti) om kleine visjes en schaaldieren te verzamelen en om ze daarna te roosteren. Het plezier, avontuur en natuurlijk de schelpen waren de schatten die ik daarna mee mocht nemen. Verbod op uitvoer van inheemse schelpen was er toen nog niet. Aan het eind van mijn vakantie had ik mijn 20 kilo ruimbagage en rugzak vol met allerlei schatten die ik vond en kreeg. Ze waren verbaasd, voor hen alledaagse dingen, wat ik allemaal meenam. Een 1 liter oude fles Pepsi Cola met het daarin air rotan, voor mijn lange haar, uit de doesoen van Nen Dar en suram-suram (aardewerken potten) en nog veel meer. Ik had geen moeite om mijn bagage te vullen. Pa en Ma vonden het niet erg zolang ik het zelf maar kon dragen. Oma daarentegen had veel moeite om haar tjutju te zien sjouwen met haar zware rugzak. Vooral Pa moest het van haar ontgelden. Om te voelen hoe zwaar het was moest ik met volle bepakking op haar schoot zitten. Ik zweefde bij wijze van spreken op haar schoot en steunde met beide handen op de vloer om haar het zware gewicht van mijn volle bepakking te ontlasten. Alhoewel ze niet met volle honderd procent overtuigd was liet zij mij met waterige ogen gaan. Ik ging terug naar Nederland met de kleren die ik aan had maar met verhalen rijker. Het zal nooit anders gaan, je gaat altijd beladen terug met embal, daun papaja voor de aroan sir-sir ( keiees groenten gerecht) en vooral met verhalen en beeld materiaal.
Het zou 15 jaar duren voordat ik Kampung weer zou terug zien. Van 1973 tot nu is er veel gebeurd. In die tussentijd heeft Papa een huis voor ons gebouwd, de nieuwe kerk op Ohoira werd ingezegend en bij goed weer heb je zowaar mobiele verbinding. Na elke Pulang Kampung is het een ander scenario ander cast, maar de liefde en verwondering voor dezelfde Meti Kei is altijd gebleven.



0 comments:
Post a Comment