Thursday, September 14, 2006

Het Keiese Levenslied.


Er zijn vele definities en meningen wat cultuur is en kan zijn. Cultuur zijn voor velen de blauwdruk van je identiteit en voor anderen is cultuur een obstakel in de zoektocht naar identiteit.
Maar waar iedereen over eens is dat cultuur zijn normen en waarden heeft.
Weliswaar voor iedereen anders maar er zijn elementen die onherroepelijk ondergebracht kan worden onder de titel CULTUUR.
Een element waar niet om gedebatteerd wordt is Muziek en in mijn / ons geval Keiese muziek.
Muziek in de Keiese cultuur, net als in alle andere culturen, is een vorm van overlevering, het overbrengen van behasa, sejarah dan kebudayaan. Taal, geschiedenis en cultuur. Al van jongs af aan komen wij in aanraking met het traditioneel overbrengen het Keiese cultuur.
Er zijn verschillende manieren om het traditioneel verhaal over te brengen. Het is door het verhaal te vertellen -zingen- en iedereen luistert maar ook door het verhaal te vertellen en het “publiek” er in te laten participeren. De verteller in dit geval de zanger(es) zingt het verhaal en het publiek participeert door te antwoorden en te herhalen in een melodieuze toon.

Een lied kan ook verbonden zijn aan een kampong, sejarah en zelfs aan een familie. In zulke gevallen heeft daarom ook zijn restricties in het uitdragen omdat het alleen gezongen mag worden tijdens duduk adat en of andere speciale traditionele ceremonies.
Het te pas en te onpas zingen van deze liederen word dan ook meteen gecorrigeerd door jouw orang tua-tua in het bijzijn van iedereen. Je wordt gevraagd waarom je het zingt en wat jouw verbintenis is met het lied. Mocht je uitleg niet voldoende te zijn bevonden dan is de schaamte die je onwetendheid over je sejarah kroont groot.

Gelukkig zijn er veel liederen in de Keiese cultuur die iedereen kent en gebruikt om bijvoorbeeld bepaalde seizoenen te benadrukken zoals het planten van rijst en de visvangst. Deze liederen hebben een motiverende functie om de saamhorigheid te stimuleren. Als je de liederen dan ook hoort en de bij behorende gebaren en tarian ziet dan bekruipt je het gevoel om mee te planten en mee te vissen.

In 1991 tijdens ons verblijf op Ambon werd Papa en Mama’s oudste zus, Mamatua Lom, onder stimulerende druk van Mama en haar “partner in crime” Om Geri, vriendelijk gedwongen om de rijst plant lied van Ohoira ten uitvoer te brengen. Papa als orang Ohoira liet zich natuurlijk niet kennen en rolde zijn broekspijpen op tot rijstplant hoogte en mamatua die vond het maar al te gezellig om mee te zingen en te dansen. Zij woonde als jong meisje al in Ohoira dus “NO SWEAT”, greep de ngiru (een gevlochten open ronde schaal) van de muur die als decoratie diende zette deze op haar heupen en knoopte mijn T-shirt in een tulband op haar hoofd.

Het lied is twee ledig en wordt ten uitvoer gebracht door man en vrouw. Al zingend baant de man zich een weg achteruit lopend door de sawa. Met in elk hand een stok maakt hij met wisselende pompende gebaren gaten in de grond waar de vrouw de groene padi stekjes in elk gat plant. Het is een groeps dans die voordat het rijst seizoen begint ten uitvoer werd gebracht om het aarde op te warmen voor het planten. Niet alleen de aarde wordt opgewarmd door de stampende bewegingen van het dansen maar de SEMANGAT van de planters wordt hierdoor extra opgevoerd en de ritme van het planten wordt ook hierdoor bepaald.

De rijke historie van Kei en zijn traditionele waarden en rechtsspraak wordt door Eky Talaut bezongen in een eigentijds lied over Larwul Ngabal -de Keieese Rechtspraak-. Black Sweet de Keiese popgroep is nog steeds bekend zowel in Kei als onder de Keieezen in den vreemde. Black Sweets bekendste lied Nuhu Ewab gaat door merg en been. Het vertelt je over ons heimwee naar het verre Kei-eilanden. Black Sweet gaat met de tijd mee maar hun evergreens in Behasa Kei zijn stayers.

In Nederland vond het Keiese lied zijn weg naar het grotere publiek door Yasefalamo Moar uit Nistelrode. In hun dansshow zijn de liederen Sosoi Ewav en Tanat Sus Beb opgenomen in het vaste repertoire. Het lied Sosoi Ewav wordt niet alleen vocaal maar ook visueel ten tonele gebracht. Met een beheerste natuurlijke elegantie wordt het rijst plant seizoen door de danseressen van Yasefalamo Moar gepresenteerd. Het lied Tanat Sus Beb werd geschreven door Eky en Lina Talaut en is ondertussen uitgegroeid tot de nationale volkslied onder de Keieezen. Op menig Keiese gelegenheid mag deze lied onder begeleiding van de tifa dan ook niet ontbreken. Keiese vocal groups zoals An-Warin uit Zevenaar versterken het Keiees gevoel, brengt je dichter bij Kei maar het besef van afstand wordt tegelijkertijd ook melancholisch benadrukt.

Hoe je het wendt of keert je bloed circuleert duizendmaal sneller als je de eerst slagen van de tifa hoort. Geen plek is te klein om niet in te gaan op de uitnodigende ritme. De verlegen Keiezen onder ons zullen het niet laten om de minder verlegen Keiezen aan te sporen de dansvloer te bezetten. De verleidelijke maar dringende slagen van de tifa neemt niet alleen je motoriek in vervoering mar kalau satu sudah angkat suara dan steelt het ook je hart.

Tanat sus Beb, Nuhu Roa Roro.................