Ouders kunnen mooie verhalen vertellen en een paradijselijke voorstelling geven met tropische bounty-achtige beelden zoals je die vaak op TV ziet en zeggen dat kampung geweldig is. Ook kunnen ze jou een beeld voorschetsen over wie, wat, waar en waarom: vragen omtrent de keluarga op de kampung.
Maar alles valt in het niet als je zelf er naar toe gaat en alles met je eigen ogen ziet en voelt.
Met die gedachte bracht onze ouders ons naar Maluku om het gevoel van Gunung Tanah persoonlijk te ondergaan en zodat een ieder zijn/haar eigen ervaring kon creeeren voordat je jouw eigen weg zoekt in het leven.
Het is een lange reis die je maakt naar je land van herkomst. Niet alleen de afstand maar ook het proces daar naar toe. Het is een vertrouwd gevoel omdat je weet dat je nooit alleen reist. Met elke reis die je maakt, toen en ook nu, vooral naar Maluku “akan semua di alas dengan Doa”.
De reis in de jaren zeventig was nog niet zoals het nu is. De stopovers zijn hetzelfde gebleven, maar nu kan je vanuit Ambon de vliegtuig pakken naar Tual. In die tijd, als wij naar Kei gingen, bleven we op Ambon bij de broers van Mama en zodra de eerste de beste boot naar Kei was aangemeerd in de haven van Ambon gingen onze ooms en neven onze plaatsen “reserveren”. Het was eigenlijk meer bezetten zoals hongerstakers dat doen maar in dit geval werden onze “hongerstakers” bevoorraadt met voedingssupplementen zoals nasi en ikan klaargemaakt door de mama-mama.
De PUSPARAGAM of de BAYAM een (pakket)vrachtboot die “regelmatig” naar Kei vaarde was geen gemakkellijke ervaring. Als je eenmaal hier doorheen komt, dan kan je bijna alle bootreizen aan. Een engelse spreekwoord luidt: “ What can not kill you, can only make you stronger” in deze context, is het letterlijk en figuurlijk bedoeld. Als de Kippenziekte toen ter sprake was geweest dan kon je het wel vergeten. De hele boerderij ging mee op de boot en elk vrije plek werd benut door mens en dier. Toendertijd verbleven we vier dagen en drie nachten op de boot. Je hebt het graag voor over, want een ander alternatief was er toen niet.
Maar alles valt in het niet als je zelf er naar toe gaat en alles met je eigen ogen ziet en voelt.
Met die gedachte bracht onze ouders ons naar Maluku om het gevoel van Gunung Tanah persoonlijk te ondergaan en zodat een ieder zijn/haar eigen ervaring kon creeeren voordat je jouw eigen weg zoekt in het leven.
Het is een lange reis die je maakt naar je land van herkomst. Niet alleen de afstand maar ook het proces daar naar toe. Het is een vertrouwd gevoel omdat je weet dat je nooit alleen reist. Met elke reis die je maakt, toen en ook nu, vooral naar Maluku “akan semua di alas dengan Doa”.
De reis in de jaren zeventig was nog niet zoals het nu is. De stopovers zijn hetzelfde gebleven, maar nu kan je vanuit Ambon de vliegtuig pakken naar Tual. In die tijd, als wij naar Kei gingen, bleven we op Ambon bij de broers van Mama en zodra de eerste de beste boot naar Kei was aangemeerd in de haven van Ambon gingen onze ooms en neven onze plaatsen “reserveren”. Het was eigenlijk meer bezetten zoals hongerstakers dat doen maar in dit geval werden onze “hongerstakers” bevoorraadt met voedingssupplementen zoals nasi en ikan klaargemaakt door de mama-mama.
De PUSPARAGAM of de BAYAM een (pakket)vrachtboot die “regelmatig” naar Kei vaarde was geen gemakkellijke ervaring. Als je eenmaal hier doorheen komt, dan kan je bijna alle bootreizen aan. Een engelse spreekwoord luidt: “ What can not kill you, can only make you stronger” in deze context, is het letterlijk en figuurlijk bedoeld. Als de Kippenziekte toen ter sprake was geweest dan kon je het wel vergeten. De hele boerderij ging mee op de boot en elk vrije plek werd benut door mens en dier. Toendertijd verbleven we vier dagen en drie nachten op de boot. Je hebt het graag voor over, want een ander alternatief was er toen niet.
Een tussenstop op de Banda Eilanden is een welkome intermezzo. De “veestapel” en de mensenmassa uitladen, het bijtanken van brandstof en het schoonmaken van de boot vereist heel veel tijd en gelukkig kan je deze tijd gebruiken om familie op Banda Neira te bezoeken en de vergane glorie van de VOC ervaren. Banda eilanden zijn juweeltjes en de vergane glorie mag dan wel vergaan zijn maar de glorie schijnt nog lichtelijk onder de infrastructuur wat nog afstamt uit die koloniale tijd door. Toen waren de structuren nog intact en als je je ogen sluit en een beetje imagination toevoegt dan kun je nog die koloniale atmosfeer proeven.
En als je heel erg je best doet ( alleen als je heel erg erg je best doet.) dan kan je JPC nog horen schreeuwen: Bangun Bangun.........jij luie babi van een slaaf. Werken zul je voor Het Koninkrijk.
We vertrokken s’nachts uit Banda Neira en zouden de volgende ochtend aankomen op Kei. Als we Tam, Tayandu aan onze rechterkant voorbij zien gaan dan weten we.............
Kampung sudah dekat.
Je denkt dan terug aan de paket-paket dat Mama stuurde, aan de cassettebandjes die je hebt ingezongen voor Oma en niet te vergeten de 5mm filmpjes die Papa trots maakte over zijn verblijf van twee maanden op de Kampung en die in een flits aan ons voorbij ging doordat techniek en geduld toen niet synchroon liepen.
Een band werd gesmeed en wordt nu uit het vuur gehaald.
Woord- en beeldmateriaal zijn beschermd onder copyrights of OHOIRA PRODUCTIONS © tenzij anders vermeld.







