Monday, April 20, 2009

Geografische Locatie

Bukit Siguntang 2001
Zuidoost Molukken is geografische gesitueerd tussen 5º 32’ - 8º 00’ zuid lantitude en 131º 27’ - 136º 25’ oost lantitude. De grenzen van zijn regionale territorium is als volgt:

  • Zuid : Arafura Zee
  • Noord : Banda Zee
  • Oost : Arafura Zee en het zuidelijkste deel van Irian Jaya.
  • West : Banda Zee en het noordelijkste deel van de Tanimbar eilanden.

 Topografie van Kepulauan Kei:

Topografische gezien is Kei Kecil en Pulau Dullah vlakker, met om en nabij 100 meter boven zee niveau. Verschillende lage heuvels in het centrale en noordelijker gedeelte van Kei zijn ongeveer 115 meter boven zee niveau. Kei Besar is heuvelachtig tot bergachtig dat loopt in het verlengde van het gehele eiland. De gemiddelde hoogte is tussen 500 tot 800 meter boven zee niveau waarvan op Gunung Dab de hoogste bergtop bevindt. Het lage gedeelte van Kei Besar omsluit het eiland als een smalle lijst dat paralell loopt aan de kust. 

Klimaat:

Het klimaatprofiel  van de Zuidoost Molukken is gebaseerd op de agroklimaat van de Provincie Maluku en Oldeman Klimaat norm uit 1980. Op basis van deze norm valt er jaarlijks op Kei Kecil 3000-4000 mm  regen en dat terwijl op Kei Besar jaarlijks 2.500 – 4000 mm regen valt.

Op de Zuidoost Molukken bestaat twee (2) seizoenen. De Musim Timur (Oost) en  Musim Barat (West). Musim Timur duurt van April to Oktober en is vooral bekend als de droge seizoen.  De wind komt van het zuidoosten blaast in de richting van het noorwesten. De Meti Kei (genoemd in eerdere verhalen) is hier een goed voorbeeld van. Musim Barat loopt van Oktober tot aan April en staat bekend als het regenseizoen. Het verandering van de seizoenen staat in nauw verband met de richting van de zee oppervlakte. Tijdens het regen seizoen staat het zee oppervlakte oftewel de golven in de oostelijke richting. Deze omstandigheden hebben een significante invloed op de visvangst en transport over zee.

Regionale ambtelijke administratie.

De Zuidoost Molukse gewest was opgericht in 1957 met Tual als hoofdstad. Toen was het opgedeeld in acht (8) districten. In de huidige administratie is Kei Kecil onderverdeeld in twee districten

Kepuluan Kei:

  • District Kei Kecil : hoofdstad Tual
  • District Kei Kecil Barat: hoofdstad Ohoira
  • District Kei Besar : hoofdstad Elat
  • District Kei Besat Selatan: hoofdstad Weduar
  • District Kei Besar Utara Timur: hoofdstad Holat

Populatie en Mankracht.

In 2002 stond de totale bevolking in de Zuidoost Molukken op 200.141 personen. De grootste gedeelte was werkzaam in de landbouw en visserij sector gevolgd door kleine ondernemers en ambtenaren.

Infrastructuur 2004.

Sinds de kerusuhan is de infrastructuur drastisch veranderd. Transport netwerk over land speelt een belangrijk rol in de regio.  Het ondersteunt en versnelt personen vervoer en goederen.  Maar vooral de verbinding  tussen gebieden met een economische groei. Over de gehele regio zijn de volgende faciliteiten beschikbaar. 

  • Provinciale wegen:              133,35 KM
  • Regionale wegen:             1.632,40 KM
  • Geasfalteerde wegen:           532,65 KM
  • Zand wegen:                    1.233,10 KM

Transport over zee:

Tual als de hoofdstad van de regio fungeert als een open/export haven voor visproducten naar landen buiten Indonesia zoals Thailand, taiwan, Hong Kong, China, Japan en zelfs Australia. Gezien transport over zee is Tual relatief veel drukker in vergelijking tot de overige regio’s.

Er zijn drie (3) grote transport faciliteiten die eilanden in de regio verbinden. Deze, PT Pelni genaamd, zijn in handen van de staat. De Perintis die vier (4) transportschepen bezitten opereren ook op de ze zee routes. De lokale transportschepen en de Ferry die de route Tual-Dobo en de omliggende eilanden bevaren zijn in handen van particulieren.



De vrachtschepen die de regio bevaren zijn:

  • Tatamailau:          Surabaya, Kupang, Saumlaki, Tual, Papua, Masohi en v.v.
  • Bukit Siguntang:  Surabaya, Ujung Pandang, Bau-Bau, Ambon, Banda, Tual, Dobo, Kaimana v.v
  • Dobon Solo:        Surabaya, Ujung Pandang, Bau-Bau, Ambon, Banda, Tual, Dobo, Kaimana v.v

Vervolg verhaal: Mogelijkheden voor maritieme toerisme.



Tuesday, March 31, 2009

Economische potentie van Kepulauan Kei (Deel I)

De interesse naar Kei begint te groeien naarmate men steeds vaker op vakantie gaat, je begint te lezen en je nieuwsgierigheid wordt steeds meer gewekt. Allereerst zijn het de verhalen van thuis, jouw eigen verhalen en dan luister je ook anders naar anderen met hun verhalen over de kampung. Je googled, je leest vaker en op een gegeven moment stuurt je nicht uit Tual je magazines over Kei. Je krijgt informatie dat jouw iets verder brengt in je algemene beeld vorming over Kei. De informatie die ik gebruik voor mijn artikelen in de komende tijd komen uit Kei / Jakarta zelf. Als ervarings deskundige heb ik deze informatie geplaatst in de context van een economisch groei in een recovery gebied. Kepulauan Kei gezien vanuit verschillende oogpunten. De diepte van de zee kun je niet veranderen alleen de stroming maakt het wispelturig.

Maluku Tenggara een archipel met 573 grote en kleine eilandjes verslingerd over een territorium van ruim 119.880 vierkante meter. Het grootste gedeelte een gebied dat bestaat uit zeegebied (bijna 92,25% oftewel 110.578 vierkante meter). De rest (9.302 vierkante meter) is land. Met zulke condities is de potentie voor visserij het grootst. Maritiem en visserij is een van de primaire sectoren met een veelbelovende toekomst en perspectief vooral in deze financiële krediet crises. Het heeft de potentie om zich te ontwikkelen als een van de resources om de lokale economie te boosten. Je kan daar verschillende redenen voor bedenken. Bijvoorbeeld, er zijn nog wateren die nog niet optimaal in gebruik zijn genomen. Of, de waarde van de rupiah is momenteel erg laag ten opzichte van de US$ dus op internationaal gebied “ wordt het vis momenteel niet duur betaald”. Maar ook, de constante vraag naar vis op de lokale markt omdat vlees te duur wordt.

Met de intrede van het Wet No. 22 in 1999 over Regionaal Autonomie, hebben de regionale besturen grotere ruimte gekregen om beslissingen te nemen aangaande hun bestuursregio. Dat betekent dat ze ook hun policies kunnen aanpassen aangaande de management van onder andere natuurlijke resources. Een van de punten die in Maluku Tenggara de aandacht heeft gekregen is de maritieme- en visserij sector.

Door de oprichting van internationale organisaties zoals ASEAN Pacific Economic Cooperation (APEC) en ASEAN Free Trade Area (AFTA) is het marktaandeel voor visserij en visproducten vergroot. Het is helemaal in lijn met de policy van de Pemerintah Pusat Jakarta om de ontwikkeling in Maluku Tenggara te versnellen. Maluku Tenggara heeft een strategisch ligging tussen Maluku Tengah en Irian Jaya. Met het oog op de toekomstig economie zou het zo kunnen zijn dat Maluku Tenggara een belangrijke rol zou gaan spelen op nationaal economisch niveau? Natuurlijk kun je deze speelbal op verschillende manieren verklaren. Politiek economisch, nationaal en regionaal niveau, cultureel traditioneel maar zeker ook vanuit ecologisch standpunt.

Uit officiële stukken blijkt dat het regionaal bestuur, met het oog op economische potentie, een van de doelen heeft gesteld om het profiel van Maluku Tenggara als condusief en potentieel investment gebied te vergroten. Bijvoorbeeld door accuraat en complete maritieme informatie te compileren over visserij hoopt het regionaal bestuur de belangstelling te wekken van toekomstige investeerders. Als sub doel dient het profiel ook om de ontwikkeling in de visvangst en verwerking industrie te bevorderen en maritieme toerisme (duiken, island hopping, hotels etc.) te vergroten. Volgens de plaatselijke autoriteiten zal dit zowel plaatselijke als buitenlandse investeerders trekken waardoor de ontwikkeling ten goede zal komen in de voorgenoemde sector. Het is jammer dat het ecologisch aspect niet als zodanig wordt genoemd.

Om de potentie van een eilandengroep te weten is geografische en topografische informatie van natuurlijk belang.

Wordt vervolgd...


De diepte van de zee kun je niet veranderen alleen de stroming maakt het wispelturig.

Sunday, February 22, 2009

Van Kopra tot Community Based Empowerment.

Dulu-dulu djaman opa-opa dan oma-oma had je geen aanbod van winkels / markten zoals tegenwoordig op Ohoijang, Debut en in Tual (hoofdstad van Kepuluan Kei).
In een notendop, nu kan je bijvoorbeeld een ojek (een motorfiets taxi) of een bus nemen van Ohoira (papa's kampong) naar Tetoat en van daaruit met de “bot motor” naar Debut waar een bus wacht om je naar Tual te brengen. Vroeger ging alles te voet en vertrok je al voor dag en dauw.
Vroeger vertrok je vanuit Warbal (mama's kampong) met de kano en 1 peddel en voor de grotere vrachten met de perahu bot. Afhankelijk van de stand van de wind en het seizoen, kan een dergelijk reis wel uren duren. Aangekomen in de ondiepe wateren moet je met een lange bamboe stok je boot voortduwen, zogenaamd tokong. Tegenwoordig is een bot motor de gewoonste zaak van de wereld. Aangekomen in Tual kan je naar gelang je lijst je boodschappenmandje vullen en weer terug naar de kampong of niet.
Het wordt steeds vaker, minder bewerkelijk. Door de verbeterde infrastructuur krijgen kleine kampongs die vroeger geïsoleerd waren van de buitenwereld steeds meer aansluiting met het stadsleven. Natuurlijk met alle gevolgen van dien.
Vaak wordt er gezegd dat we het heden alleen kunnen begrijpen als wij van ons verleden hebben kunnen leren.
Wat was ons verleden? Hoe gingen vroeger de generaties voor ons “winkelen”? Was er een economische ruil traject en hoe kunnen wij ons dat voorstellen in de context van onze kampong? We kunnen alleen een beeld vormen van de verhalen van onze ouders. Om dicht bij huis te blijven, bepaalde gebruiksvoorwerpen die al vanaf eind 19e – begin 20e eeuw in ons familiebezit zijn duiden in de richting van handel - of ruil traject met gemeenschappen buiten de kampong / Kei. Gouden of zilveren armbanden bekend bij de Keieezen zijn rijkelijk versierd met uitheemse motieven. Hoe komen ze op Kei terecht en waar komen ze vandaan.

Een stukje sedjarah met een Nuhu Ewav touch. Het was algemeen bekend dat de VOC zich merendeels concentreerde op de Lease eilanden. Dat Kei / Maluku Tenggara niet op de route van lucratieve “roofbouw” locaties zoals andere eilanden op Maluku zat was duidelijk. De fortenbouw eindigde op Banda Neira waar fort Belgica high and mighty de overzeese kroondomeinen moesten bewaken tegen het de vijanden van het koninkrijk der Nederlanden. In licht van het koloniaal bewind gingen Chinezen, Arabieren en Orang Bugis zich concentreren op de eilanden waar de VOC miniem opereerde. Onder andere Kei bleef bespaard van een intensief koloniale interventie in vergelijking tot Midden-Molukken.
Deze isolatie heeft er toe geleid dat de conservatie van waarden en normen volgens het Keieesche Adatrecht en de Keieesche Taal zoals het gedetailleerd door Mscr. Geurtjens werd beschreven behouden bleef.

Van alle handelsgeesten hadden de chinezen de meest duurzame handelsrelatie met de lokale bevolking. Enkele trouwden zelfs in de kleine gemeenschappen waar zij kleine eenvoudige filiaaltjes openden onder een atap dak (dak gemaakt van palmbladeren). Een voorbeeld is in Ohoiren waar een Chinese man Entjiloba genaamd zich voorgoed heeft gevestigd heeft. Ik weet niet eens of ik zijn naam wel goed heb geschreven maar zijn winkeltje was de buurtsuper van zijn tijd en iedereen kende hem. Papa en Mama kenden hem nog van vroeger. Ik maakte kennis met hem toen ik in 1976 naar de Kampong en bij hem gula-gula voor 100 rupiah kocht (minder dan 1 euro cent). Het was een ware traktatie en hij kocht ook grof in omdat hij wist dat het een gat in de markt was tijdens mijn verblijf.
Het was algemeen bekend dat chinezen en orang arab de eilanden / kampongs aan deden met hun perahu’s (boten) om inkopen te doen zoals: Warbal om hun lola dan teripang (schaaldieren en zeekomkommers) en vogelnestjes in de grotten van Warwut. Mede dankzij de levendige handel van toen kwamen vele kostbare porseleinen vaatwerk van Nederlandse- , Chinese- en Japans makelij in de omloop.

Mama vertelde altijd hoe Opa toentertijd in kopra (zon gedroogde kokosvlees) handelde. Na de sasih kelapa heeft hij zijn kopra verkocht. Aan orang arab verkocht hij zijn kopra en kocht van het geld onder andere voor Mama en Oma kain-kain en zijn harpoen haken en visgerei. Ik heb hem nooit gekend maar de verhalen van Mama waren zo levendig dat ik opa levendig kon voorstellen in zijn Leb-leb toen ik in Warbal was.

Luchtfoto van:  Manir (links onder), Warbal (rechts) en Waha (rechtsboven).  Alleen Warbal is bewoond, op de foto zie je kampung Warbal op de landengte van het eiland. Op de overige twee eilanden bevinden zich de kebon2 van de Warbalnezen. Tijdens de meti (eb) komen de vaargeulen tussen de eilanden droog te liggen en kan men te voet de eilanden bereiken. foto uit de Periplus travel reeks, editie Maluku.

Toen ik in 1976 voor het eerst naar Warbal ging heb ik Mama’s zus, Mamatua Ete ontmoet. Zij had suram-suram kecil (kleine aardewerken potten) van toen zij nog een jong meisje was. Het waren kleine replica’s van grote mensen exemplaren waar water, rijst, andere droog voedsel en oliën in bewaard werd. Ik het kreeg van haar cadeau, toen ze zag dat ik er helemaal weg van was. Deze aardewerken potjes waren gemaakt door orang Banda, zij waren beroemd om hun keramische vaardigheid. De Bandanezen, gevlucht in de 17e eeuw na het bloedbad op Banda Neira onder het bewind van J.P. Zn. Coen, vestigden zich o.a. ook op Kei, vanwaar de naam Banda Eli op Kei Besar is ontstaan.
Tijdens ons verblijf in 1976 meerde een Boeginese schoener voor de kust van Ohoira. De boeginese handelaar bracht met een kleinere boot zijn handelswaar waaronder water- en voorraad potten aan land. Zoals een Oma betaamt, kocht Oma een nieuwe aardewerken water pot voor haar kleindochter. Er waren veel overeenkomsten in het model maar het was te merken dat het ambacht en motieven toch verschillen. De kleine surams waren doorleefd maar meer compacter van structuur en mooier. De motieven waren speelser aangebracht, Het nieuwe exemplaar had een eenvoudig motief dat grof en snel werd aangebracht. Een nummer gaf de maat van de pot aan. Een aanwinst in mijn toen nieuw verworven collectie omdat ik en mijn oma fysiek betrokken waren in het handels traject.
Hoeveel Oma ervoor betaalde is mij een raadsel maar ze drukte waterpot nummer 4 in mijn handen en zei iets in het Behasa Kei tegen de boegineze koopman, nam mijn hand en we liepen samen weg. De boeginezen bleven nooit lang voor de kust van Ohoira, voor zonsondergang waren ze al van de horizon verdwenen.

Ik heb geen wetenschappelijke research gedaan voor mijn verhaal. Mijn onderzoek waren de verhalen die ik in de warme schaduw van mijn oma en bapa-bapa en mama-mama naar mocht luisteren. Mijn verhalen bron waren door de jaren heen gekleurd door mijn ouders en vooral Mama die op onnavolgbare wijze gedetailleerd kon vertellen. 
Zo heeft zij haar bijdrage geleverd aan een traditie van mondelinge overlevering, zoals haar ouders op hun beurt haar hebben bijgebracht. Hun informatie over hoe Warbal en Ohoira was in haar tijd leek net een tijd machine die je meevoert naar hun jeugd. Vooral hoe de economie zich manifesteerde in die dagen, toen infrastructuur in al zijn eenvoud werkte. Nu is het een projectmatig stelsel van regels en structuren.

Handelsgeesten van toen hebben plaats gemaakt voor particuliere project ontwikkelaars van nu. Zij zien de economische mogelijkheden van een gebied of dorp en benutten de kans om hun financiële mogelijkheden uit te breiden. Een gedetailleerde onderhandeling met de lokale gemeenschap behoort niet altijd tot de standaard nego (afgeleid van het woord negosiasi) als het gaat om een groot project. De “op de man af” handel van goederen past niet meer in het huidige tijdsbeeld. Coöperaties krijgen meer vaste voet aan de grond. Vooruitgang heeft altijd zijn voordelen en nadelen. Vooral voor een derde wereld land als Indonesië die worstelt om van zijn "third world" keurslijf te ontdoen.
Het is verwonderlijk om te zien hoe snel Kei zich heeft ontwikkeld in de afgelopen decennia ondanks de kerusuhan. Neem bijvoorbeeld educatie; het aantal dat uitstroomt naar Universitas Pattimura of zelfs buiten Maluku neemt elk jaar steeds meer toe. Faculteiten die populair zijn onder de nieuwe wassing zijn; economie, sociaal-politiek (sospol) en theologie. Het is frappant dat faculteiten zoals  kehutanan dan perikanan (landbouw en visserij) niet tot een voor de handliggende keuze van studenten behoren. Met de mogelijkheden die Kei te bieden heeft qua natuur zou je denken dat deze keuze een winstgevend toekomst perspectief in petto heeft voor de toekomst van onze anak-anak muda Ewab. Het heeft alles te maken met de mogelijkheden in de steeds transformerende maatschappij waar religie, geld en politieke macht tot de gouden kalveren zijn gaan behoren. Het gros van de mahasiswa’s (studenten) zien dan ook af van de mogelijkheden om dicht bij huis te blijven voor minder werk, minder geld en vaak minder glamoureus bestaan te kiezen .
De mogelijkheden op gebied van ontwikkeling, plaatselijke economie is momenteel in handen van derden die soms een andere invulling en visie hebben van wat vooruitgang kan en zou moeten zijn. Een voorbeeld op Kei zijn de varende visfabrieken die alles verwerken op zee. Zij benadelen de kleine man in de sampan. Parel kwekerijen nemen alle aandacht weg van het bewerken van het land! Warwut heeft al zijn natuurlijke resources van Kaju Besi bijna uitgeput zonder voor nieuwe aanplant te zorgen.
Het land dat eeuwenlang ons hebben gevoed en bewaard moet nu ruimen voor misschien dure resorts in de toekomst. Stranden waar wij vroeger onze voeten vrij in het warme zand konden voelen worden geprivatiseerd en als wij even niet opletten kunnen wij betalen wat eens ons cultuurgoed was.

Een westerse toekomst perspectief met betrekking op onze land van herkomst, is gefocuste op hoe breng je cultuur-, natuur behoud en vooruitgang samen waardoor de lokale bevolking en toekomstige generaties maximaal van kan profiteren. De lokale bevolking denkt aan vooruitgang omdat het economische privileges meebrengt. Eerlijk is eerlijk, ze hebben nog gelijk ook! En wij, ook wij denken vanuit puur eigenbelang! En dat is juist de motivatie die wij soms niet durven te bekennen. Onze Molukse culturele erfgoed in Nederland wordt na verloop van tijd ook dunner waardoor er een drang naar een culturele identiteit alleen maar sterker wordt. Tegelijkertijd doen wij ook aan “community based empowerment”. Het versterken van gemeenschappen / kampongs zodat zij op zich zelf kunnen staan en een toekomst kunnen opbouwen gebaseerd op eigen kracht en visie.
Is er sinds de kopra sales van opa iets veranderd? Eigenlijk niet, het is alleen maar veel changgi (geavanceerd) geworden.

Monday, January 26, 2009

Alifoeroe, geen verloren strijd.

Tenggara '93 Vaassen 2008

Alifoeroes, indrukwekkende krijgsheren die zich in het dichte groen van Maluku ophouden. Oorden waar geen mens zich ooit heeft begeven dankzij de onherbergzame onbekende. Mannen gekleed in een rode tjawat, rood de kleur van moed, gewapend met een parang en salawaku. Zij bewegen zich voort op de vleugels van de wind en worden geabsorbeerd door de natuur waardoor zij zich transparant kunnen verplaatsen. Natuur krachten versterken hun kracht, moed en heldhaftigheid.

Assen 25 April 2008

Tijdens de Maluku Xperience kreeg ik een foto onder ogen van Alifoeroe gehuld in lichaamszwart en getooid met bijbehorend lichaam decoratie. Deze bewuste foto werd twee weken later levendig beschreven door de jongeman die de ceremonie heeft bijgewoond. Hij sprak met veel emotie over de Alifoeroe. Tijdens zijn eerste reis naar Maluku, puur toeval of gewoon niet, woonde hij een ceremonie bij waar Alifoeroe aanwezig waren. Gehuld in lichaamszwart en getooid met het bijbehorende lichaam decoratie werden de aanwezigen uitgenodigd om getuige te zijn van een ceremonie. Gepaard met tjakalele, krijgsdans van de Alifoeroe, werden de invitaties met veel krijgsvertoon bijgezet. Tijdens deze belangrijke ceremonies lijkt het alsof de Alifoeroe zelf uit de bergen waren neergedaald en zich onder de mensen hebben begeven. De personen die zich uitdragen als Alifoeroe lijken dan in trance. Het reiniging ritueel van het lichaamszwart gebeurde dan ook volgens een ceremoniële traditie op een speciale plek. Een ervaring om nooit te vergeten aldus de jongeman.


Tegenwoordig wordt deze traditie in Nederland voortgezet middels uitvoeringen op culturele ontmoetingen. Zoals het optreden van Tenggara 93 tijdens de dorpsavond in Vaassen dat met als thema een Molukse Bruiloft had.
Voor de Stentor, een regionaal krant, schreef ik " Onder grote belangstelling trad de Tjakalele groep uit Zevenaar blootsvoets en bewapend met de Parang Salawaku op. Zij vertegenwoordigen de krijgsdans uit Klein Kei / Zuidoost Molukken. Onder leiding van de Kapitan werden de krijgers geformeerd voor het publiek. Met hun strakke gezichten en oorlogskreten werden de voorste rijen meerdere malen afgeschrikt als de Parang Salawaku en de Pana-pana iets te dicht bij hun kwamen".

Tenggara '93 Vaassen 2008

Geïnspireerd door de mythe rondom de Alifoeroe heb ik twee Alifoeroe gemaakt op schaal. Het hele proces was onderhevig aan een soort drang om het af te maken.
In mijn gedachten hoorde ik de tifa slagen die de maat van mijn hartslag aangaf. Het vinden van het juiste bloed rode textiel en het maken van de bijbehorende attributen was een gevecht op zich. Van een schilderij kon je nog afstand nemen en “het laten staan”.
In dit geval was het onmogelijk. Was het mijn creativiteit die mij aanspoorde om het af te maken of was het de magie van de Alifoeroe die mij bekoorde? Stukje bij beetje kwam alles tot zijn recht van haardracht / hoofdtooi tot aan de parang salawaku en de tifa. De eerste Alifoeroe is in gevechtshouding met de parang salawaku in zijn hand. Oproepend voor de strijd nadat hij op zijn kulit bia heeft geblazen. De tweede Alifoeroe rustend als na een verwoedde strijd. Hij neemt de tifa tot zich en de parang salawaku ligt vredig voor zich uitgestald. Toen beide wapenbroeders naast elkaar stonden was het af, niet meer en niet minder.
Tijdens een ontmoeting werd de bestemming van de rustende Alifoeroe al snel duidelijk. Hijzelf, een tifaspeler, kent de traditie van het bespelen van een tifa en herkende de zelfde emotie bij het zien van de Alifoeroe in ruste. Een waardig krijgsheer verdient immers een rechtvaardig wapenbroeder.

all photo's are protected by law / ohoira productions

Friday, January 04, 2008

De verwondering is gebleven.

De vakantiegangers zijn weer terug met verhalen en de laatste updates van Maluku. Mama Tua Lom, Mama’s oudste zus van 98 jaar, zei ook dit keer dat het misschien de laatste keer is dat wij haar zien. Ze zei het al die keren daarvoor ook al en gelukkig werd het tegendeel bij elk familie bezoek steeds weer bewezen. Op haar hoge leeftijd zijn haar verhalen van vroeger en nu nog steeds een genot om naar te luisteren en vertellen dat kan zij. Het zit blijkbaar in hun genen, Mama kon ook al zo ademloos vertellen. De samenstelling van onze families op de Kampung verandert geruisloos. Onze generatie van zonen en dochters van onze ouders zijn de Orang Tua van nu. Mijn neven en nichten waarmee ik, hoewel op een geografische afstand, ben opgegroeid hebben gezinnen en dragen hun verworven sociale positie als ouders met gepaste trots. De nog in levende oude garde hebben hun fakkel overgedragen en genieten van hun oude dag. Mijn familie die in oktober 2007 pulang Kampung ging kwamen terug met een verhaal die de figuurlijke fakkel overdracht herkenbaar oplichtte.
Job, het 5 jarige zoontje van onze neef Ben Oni, die genoemd werd naar onze Pa, neemt zijn taak zeer serieus. Hij zei tegen zijn vader: "Bap (koosnaampje voor zijn vader) beta juga ke airport" Zijn vader vertedert door zijn zoon vroeg aan hem waarom, omdat hij nog maar zo klein is. Met gemeende ernst antwoordde hij, beta ambil beta punya anak-anak dari belanda, hij wil zijn kinderen uit Nederland ophalen. Geen discussie mogelijk, hij ging mee. Zo klein als hij is was hij bewust van onze band. Hij ging overal mee waar wij ook heen gingen. Op het strand van Ohoira wachtte hij geduldig af totdat die “Nederlanders “ hun zwemritueel hadden volbracht. Het lijkt nog de dag van gisteren dat die zelfde neef Ben Oni geduldig wachtte totdat wij die “Nederlanders” genoeg kregen van de Meti Kei. De Meti Kei is nog steeds een verwondering zelfs na velen malen terug te zijn op de Kampung.
Meti Kei is de grote eb waarbij je ver de zee in kon lopen. Je kon de mooiste schelpen en koralen vinden. Gevangen tussen zandbanken in ondiepe waterpoelen vind je tropische vissen en koraal diertjes In 1976 ging ik met Oma mee (bemeti) om kleine visjes en schaaldieren te verzamelen en om ze daarna te roosteren. Het plezier, avontuur en natuurlijk de schelpen waren de schatten die ik daarna mee mocht nemen. Verbod op uitvoer van inheemse schelpen was er toen nog niet. Aan het eind van mijn vakantie had ik mijn 20 kilo ruimbagage en rugzak vol met allerlei schatten die ik vond en kreeg. Ze waren verbaasd, voor hen alledaagse dingen, wat ik allemaal meenam. Een 1 liter oude fles Pepsi Cola met het daarin air rotan, voor mijn lange haar, uit de doesoen van Nen Dar en suram-suram (aardewerken potten) en nog veel meer. Ik had geen moeite om mijn bagage te vullen. Pa en Ma vonden het niet erg zolang ik het zelf maar kon dragen. Oma daarentegen had veel moeite om haar tjutju te zien sjouwen met haar zware rugzak. Vooral Pa moest het van haar ontgelden. Om te voelen hoe zwaar het was moest ik met volle bepakking op haar schoot zitten. Ik zweefde bij wijze van spreken op haar schoot en steunde met beide handen op de vloer om haar het zware gewicht van mijn volle bepakking te ontlasten. Alhoewel ze niet met volle honderd procent overtuigd was liet zij mij met waterige ogen gaan. Ik ging terug naar Nederland met de kleren die ik aan had maar met verhalen rijker. Het zal nooit anders gaan, je gaat altijd beladen terug met embal, daun papaja voor de aroan sir-sir ( keiees groenten gerecht) en vooral met verhalen en beeld materiaal.
Het zou 15 jaar duren voordat ik Kampung weer zou terug zien. Van 1973 tot nu is er veel gebeurd. In die tussentijd heeft Papa een huis voor ons gebouwd, de nieuwe kerk op Ohoira werd ingezegend en bij goed weer heb je zowaar mobiele verbinding. Na elke Pulang Kampung is het een ander scenario ander cast, maar de liefde en verwondering voor dezelfde Meti Kei is altijd gebleven.

Thursday, September 06, 2007

“Dengan ringan tak kunjung lelah”.



In 1950 heeft de eerste Molukse vrouw voet op Hollands klei bodem gezet. Wie kent die beelden niet. Met haar “bagage” in haar hand gekleed in kain en kebaja was de haven van Rotterdam na wekenlange reis op zee haar “thuishaven”. Het verhaal kennen we maar al te goed omdat wij het van onze ouders kennen. Molukse vrouwen in den vreemden want dat waren ze. Anders gekleed en een taal dat hun vreemd was.
Veel dingen hadden ze gemeen met name hun Geloof . Dat werd hun rots hun “batu karang yang teguh” hun anker. Eendracht maakt macht en de Perkumpulan Ibu-ibu Kristen Injili Maluku werd 55 jaar geleden een feit.


Anno Domini 2007 op 8 september wordt dit heugelijk feit gevierd in het MKC in Houten. Vanuit Klassis Timur is er een koor geformeerd. Verschillende djemaats in Klassis Timur hebben 55 jaar na dato hun krachten gebundeld, in dit geval hun vocale krachten, in een lied genaamd: Yang Mengharapkan Tuhan.
Niet alleen heeft het een vocale functie maar het verstevigd ook het band tussen PIKIM in de klassis.
Bergen en dalen werden toen en zelfs nu getrotseerd om het eerste Molukse kerkelijke vrouwenvereniging een gezicht te geven. Het vertrouwen in Hem is gebleven van generatie op generatie Ibu-ibu PIKIM.
Het fakkel overdragen aan de jongere generatie ibu-ibu PIKIM en deze brandende te houden is de challenge van onze huidige era.



Deze beelden zijn getuigen van PIKIM en het bundelen van stemmen, gemaakt tijdens de generale repetitie in Vaassen van de PIKIM koor Klassis Timur voor 8 September 2007.



Kenmerkend voor PIKIM eindigt het lied met : “Dengan ringan tak kunjung lelah”. vrouwen van toen hebben plaats gemaakt voor de vrouwen van nu maar de doelstelling is onveranderlijk : “het verwezenlijken en bevorderen van de eenheid en een christelijk verbond in overeenstemming met de wil van God.




"Selamat Merajakan Hari Ulang Tahun PIKIM yang ke 55"

Wednesday, July 04, 2007

Selalu di Hati

Monday, May 21, 2007

Sekarang Bri Sjukur




Zondags in de kerk dan zie je ze weer, onze laatste der mohikanen, onze tanta2 dan om2 van de eerste generatie. Wat een kort verblijf van zes maanden in Nederland zou moeten worden is nu ruim 57 jaar na dato. De eerste generatie heeft een sterke basis gelegd voor vier en zelfs vijf generaties Molukkers in Nederland. Ik weet dat elk van ons met weemoed denkt aan vroeger toen de kerk banken gevuld zaten met mede land – en lotgenoten vers uit de tropen. Op diezelfde kerkbanken heeft de eerste generatie zachtjes aan plaats gemaakt voor de nieuwere generatie.

Je ziet het steeds minder maar je kan ze nog voor de geest halen het tijdsbeeld van de kain en kebaya.
Mama droeg altijd kain en kebaya. “Saya tingalkan kampong dan orang tua dengan kain kebaya , saya kembali juga sama kain kebaya” was haar principe. Mode gevoelig als ze was, stimuleerde ze Pa dan ook om haar collectie kains aan te vullen met het meest up-to-date dessin en nuance. Tijdens elke reis naar Indonesië wordt er dan door Pa steevast een dag winkeliling ingecalculeerd voor Mama. Mama wacht in Nederland geduldig af en is ervan overtuigd dat hij zichzelf weer heeft overtroffen in zijn keuzes. Onze Pa had er oog voor! Voor de mannen was het iets gemakkelijk wat betreft de dresscode in het koude Nederland. Zij waren snel van bewust dat Khaki niet bepaald een schutkleur was in het Nederlands landschap. Hun kleding werd al snel aangepast aan het weer, het harde werken en urenlang fietsen of lopen naar werk of familiebezoek.

Het alledaagse gebruik van de kain dan kebaya is geruisloos aan het verdwijnen. De Molukse vrouw van nu draagt de hedendaagse dresscode volgens de laatste mode. Gelukkig is de waardering voor het Moluks traditioneel kleding nog niet verdwenen en wordt het in stand gehouden door op speciale dagen, zoals kerkelijke sacrale gebeurtenissen, deze te dragen. Het is het letterlijk uitdragen van ons cultuurgoed met een gevoel van traditie en trots. Het in stand houden van de kain kebaya is niet afhankelijk van een mode grill maar is wel onderhevig aan de laatste universal trend en smaak. Je ziet dan ook de vele creatieve creaties “with a touch of tradition” aan je voorbij op een bijvoorbeeld landelijke PIKIM bijeenkomst. Kleur en nuance worden modieus gecombineerd met een traditioneel signatuur.

Hoe bewaak je het geruisloos verdwijnen van een cultuurgoed wat het Moluks cultuur visueel kenmerkt. Je kan zeggen dat het de vooruitgang is en dat jij jezelf niet met alle geweld ouderwets moet opstellen en met je tijd meegaan. Maar dat is het niet, vooruitgang is het vroeger koken op een ouderwetse petroleum kompor, wat onze moeders deden, en nu elektrische combi super-douper magnetron koken. Je moet eerst voor jezelf identificeren en herkennen wat je onder cultuurgoed verstaat. Cultuurgoed zijn de verhalen, muziek, tradities, voorwerpen en elk facet wat jou identificeert als een kind van jou ouders.



Je aanpassen aan het huidige tijdsbeeld, intergratie, dat zijn processen die je makkelijker kunt doorstaan als je een duidelijk beeld hebt van wie je bent. Museums zijn ontstaan om de mensheid zijn rijke verleden niet te doen vergeten en heeft een educatieve taak voor de komende generaties en lang daarna. Het Moluks Historisch Museum heeft daarom het Moluks cultuurgoed in een gebouw samen gebracht. Maar dat neemt niet weg dat een ieder de verantwoording en taak heeft om zijn eigen cultuur-goed te bewaren en op zijn eigen manier door te geven.

In vele varianten zijn sporen van cultuur overdracht aanwezig in het huidige Molukse gemeenschap. Op mijn manier schrijf ik erover, maak ik foto’s en kleine miniaturen die mijn momenten vastleggen. Ik heb mijn serie miniaturen, een drieluik en twee enkele miniaturen, “Doa Maluku” genoemd. “Doa Maluku” omdat het gebed een belangrijk en krachtig aspect is in het Moluks cultuur. Maar ook een gebed voor Maluku opdat het zijn cultuurgoed en geschiedenis niet zal vergeten.
Het proces van het totstandkoming van mijn miniaturen gaf mij veel stof tot nadenken. Ik dacht aan mjn ouders toen ik een miniatuur peti kompani, een militaire jas en sacrale attributen zoals de piring natzar en de alkitab maakte. Allemaal voorwerpen die mijn ouders vanuit hun ouderlijk huis hebben meegenomen om in den vreemden een bestaan op te bouwen. Een momentopname die vele Molukse gezinnen zullen herkennen.



Al heeft de bamboe suling plaats gemaakt voor een pvc buis, de Mazmur dan Tahlil en Dua Sahabat Lama voor de Buku Nanjian Gereja, geschiedenis blijft een universeel gegeven wat je in je hebt en weer overdraagt aan de volgende generatie. In mijn miniatuur Sekarang Bri Sjukur heb ik Tahlil 78 uitgelicht omdat wij ons dank uit moeten brengen met geheel ons hart en ziel voor elke dag die God ons heeft geschonken en nog zal schenken.

Sunday, April 29, 2007

I'd like to stay in..............



Wie kent niet die eerste regels van "Oh Lori" door de Alessi Brothers uit de jaren 70. Oh Lori sprak in die tijd tot mijn verbeelding vooral omdat het gezongen werd door the most adorable twins uit die tijd Billy en Bobby Alessi. Alhoewel niet in het bezit van een personal pick-up was hun LP mijn aller eerste Long Player die ik heb gekregen. Als sinterklaas cadeau kleefde er een MYSTERIE aan. Eigenlijk kocht “de sinterklaas” (een familielid die het liefst anoniem blijft) de LP voor haar zelf maar besloot het toch maar als sint cadeau aan mij te geven. Het toeval wil dat “de sint” wel een personal geluidsinstallatie had. Als een doorgewinterde fan van amper 10 jaar was ik altijd binnen een straal van 5 meter te vinden van mijn favo LP. Na mijn eerste LP volgden nog 2 andere LP en later CD’s van the Alessi Brothers. A fan was born.

Het was dan ook a mimpi come true dat ik een concert zou bijwonen en oog in oog zou staan met mijn favo twins. Het bijwonen van de Alessi concert Oceans of Music met medewerking van Julya Lo’ko en Erwin van Ligten was mij ter ore gekomen tijdens het Ibu-ibu PIKIM Guling Batu / paas ontbijt. Enthousiast als ik was besloot ik meteen te bestellen. Het bleek algauw dat ik niet de enigste was die de Alessi concert zou gaan bijwonen. De “sint” van toen had al personal tickets geregeld en de goedheiligvrouw wist blijkbaar niet dat Alessi al jaren op mijn wishlist stond geëtst.
Maar niets kon mijn Alessi in concert in de weg staan toen ik kaartjes bestelde voor mij en mijn zus (neee... niet de goedheilig sint) die cultuur met een hoofdletter C hoog in haar vaandel draagt. Ik vroeg aan de ticket line juffrouw dat ik op een plek wil zitten waar ik geen stijve nek van krijg en toch armlengte van af zit. Mevrouw Tom Tom ging secuur te werk,4e rij pal in het midden was no problem at all. Ter informatie “The Dynamic Duo” zaten in de ereloge, plaats 65 en 63, achterin de zaal.

De laatste keer dat ik Alessi zag was die ochtend toen ik het stof van mijn platenrek blies en de drie LP’s vond van mijn idols. Jong en adorable, hoe zouden ze er nu uitzien?
Googlen: http://www.alessibros.com bleek het medium bij uitstek te zijn om de verloren jaren te overbruggen. Vanuit een betrouwbare bron had ik al wat cute details gehoord maar zien is geloven. Online zien ze er nog steeds rock ’n roll uit en dat beloofd wat voor straks.
Daar waren wij dan op 18 April “ ladies night” op weg naar the Alessi, Julya Lo’Ko en Erwin van Ligten Oceans of Music Concert in de Stads Schouwburg van Arnhem. Met mijn “date” (die zich kiplekker voelde) gingen wij eerst dineren in het nieuw resto KFC in de binnenstad en dan op naar de TWINS.



De muzikale combinatie met Julya Lo’Ko en Erwin van Ligten in Oceans of Music trok veel orang maluku aan. Je zou eigenlijk een wetenschappelijk onderzoek onder de molukkers moeten houden aangaande de inhoud van hun platenrek. Het zou mij niets verbazen als er een gen werd gevonden die de muziek- / ritme keuze genetish bepaald. Wedden dat in de platenrek van orang maluku onder andere de LP’s Hotel California van de Eagles, Tapestry van Carole King, Doobie Brothers’s Long Train Running, Cheyenne’s Still the kinda man en Oh Lori van de Alessi Brothers in hun bezit hebben.




Oceans of Music bracht twee muzikale stromingen bij elkaar met behoud van elk hun eigen muzikaal identiteit. Een interaction waarbij wederzijds respect en liefde voor muziek sterk werd benadrukt bij elk facet van het concert.
Alessi heeft nog steeds die herkenbare sound die nu nog steeds doorklinkt in hun nieuwe nummers. Julya Lo’Ko weet op haar unieke manier de East Coast sound eigen te maken zonder concessies te doen. “I was so sure“ bracht Julya met veel zekerheid ten gehore. Oceans of Music herbergt het strakke en inventieve gitaarspel van Erwin van Ligten en een vocaal knipoog naar Jamaica. Yeooh Maan.........! Twisted Logic zijn solo-CD is een tijdloos document.
Alessi materiaal en nummers van Lo’Ko / van Ligten werden met veel smaak aan het publiek geserveerd. Degenen die er niet waren geweest hebben zeker een geweldig concert gemist.





After concert, Ja wat moet ik ervan vertellen. Ik vergat kelompok “ladies night” toen ik backstage ging. De after party was al op volle gang toen ik met de woorden, I might be your greatest fan, Bobby Alessi aansprak. Bobby nya cute juga!
De verweerde randen van mijn LP hoezen versterken alleen maar mijn woorden en woorden kwamen niet in aanmerking toen ik mijn 3 LP’s gesigneerd kreeg van Billy en Bobby. Bobby ging zelfs een zilver stift zoeken toen mijn zwarte marker kurkdroog besloot niet te willen schrijven bij het signeren van het eerste LP.




Ik liet Alessi de shots zien die ik tijdens het concert hebt gemaakt en beloofde Bobby dat ik de foto’s naar hem zou sturen ASAP. Van hen beiden kreeg ik op z’n Hollands, tiga kali lagi, a goodbye kiss. By the way ik heb mijn gezicht die nacht wel gewassen hoor tetapi memori nya tuh. Senyummmm sekali.

Bobby mailde me terug, tiga kali trus sekali gus, om te zeggen dat mijn foto’s op de American Alessi website staat. So check this out for more foto’s http://www.alessibros.com/news.html

Over de “Dynamic Duo” die de “ereloge” kregen toegewezen, dat is later wel goed gekomen hoor! Vlak voor dat het concert begon deden ze als doorgewinterde swing-out-sisters de “tolak ke depan aja” movement.




I’d like to stay in love with you.............

Wednesday, February 14, 2007

Itulah bapa punya lah piara



Dat eten een belangrijk, sociaal aangelegenheid is op Maluku, is terug te vinden in de vele lagu-lagu die de archipel rijk is.

Iedereen kent:….nona sioh mari nona makan petita rame rame è....... of het relaas van een moeilijke visvangst van een zekere bapa Ceda. Een tragiek speelt zich af waneer hij zijn papeda “droog” tot zich moet nemen. Papeda is een typisch molukse dis van sagomeel, die door de geleidelijke toevoeging van gekookt water en met een professionele molukse “tifa slag” getransformeerd wordt tot een transparant beslag. Met pinang kuning of een eenvoudige kuah ikan is papeda heerlijk eerlijk.
De eenvoud waarmee de eerste generatie op Maluku is opgegroeid wordt metaforisch weergegeven als het eten van papeda zonder vis. Bij aankomst in het koude Nederland echoot heimwee en verbondenheid in melancholieke liedjes.
... makan papeda sioh sondor ikan, itulah bapa punya lah piara..........
Hoe het liedje afloopt is iedereen bekend.

Op Kei wordt een streekgerecht ook uitvoerig weergegeven in het liedje “aroan sir-sir”. Aroan sir-sir is een typisch keiees groente schotel, dat uitstekend samen gaat met enbal bubuhuk (roti Kei), rijst en natuurlijk geroosterd vis. Het proces wordt gedetailleerd bezongen zodat de luisteraar visualiseert hoe het gerecht smaakt waneer de ingrediënten muzikaal de revue passeren.

Ik vroeg aan mijn mamatua haar aroan sir-sir recept. Een recept kent zijn vele varianten naar gelang de creativiteit van de “boss di dapur” en het is geen grootmoeders geheim dus iedereen mag van mij meteen aan de slag.

“Aroan Sir-sir ini mengisahkan makanan dan sayuran khas Daerah Kepuluan Kei. Aroan sir-sir terdiri dari sayuran daun enbal, daun papaya dan bunga papaya yang lezat rasanya, apabila di santap dengan enbal bubuhuk dan ikan bakar.” aldus mijn mamatua.

Om het authentieke karakter van aroan sir-sir met zijn exotische ingrediënten te bewaken volgt hieronder het gerecht in zijn originele overdracht, de twee bekendste coupletten van lagu daerah aroan sir-sir in behasa Kei.

Aroan sir-sir, Aroan sir-sir
Nur mi nan in fa ma fun, Nur mi nan in fa ma fun
Ta-an in hov enbal, Ta-an in hov enbal
Sonder masin barsan, Sonder masin barsan

Wu-ut tun-tun, Wu-ut tun-tun
Bubuhuk nga nene, Bubuhuk nga nene
To-toi kamatil, To-toi kamatil
Dok nak so wat-to, Dok nak so wat-to


Het gerecht is het lekkerst met geroosterd vis en als het vis seizoen afgelopen is dan vervangt men verse vis met ikan gare (gedroogd en gezouten vis) of isi bia (gedroogd en gezouten schaaldieren).

In het lagu daerah wordt ook enbal genoemd. Enbal zijn de vezels van de kasbi (cassave) die eerst van pap tot meel wordt geraspt en waarvan het vocht al is uitgeperst. In zijn droge vorm wordt het in speciale porna (bakvormen) onder hoge temperaturen gebakken. Deze porna’s kunnen variëren van plat en rechthoekig, hartvormige wafels en bamboe stengels. Tegenwoordig is het van regionaal gerecht uitgegroeid tot een provinciaal export product. Enbal is een lekkere snack bij de koffie dat de laatste tijd zijn weg vond buiten Kei.
De allerlekkerste variant van enbal is enbal bubuhuk waarbij men verse klapa/santan toevoegt. Warm opgediend met natuurlijk aroan sir-sir en vers geroosterd vis is het Kei op zijn culinair best.

Pa en Ma pochten met het feit dat zij in alle eenvoud zijn grootgebracht met aroan sir-sir en enbal en dat de generaties na hun, wij dus, te verwend waren met het westerse, overvloedige aanbod aan voedsel.

........beta tra lupa waktu beta kacil slalu di pangkuan Ibu, Bapa è